Deze voormiddag hadden we praktijkles in Hof De Bist. Eerst werden 3 toneeltjes gespeeld door Hilde, Hugo en Renaat. Wij mochten dan zeggen wat ze goed deden als gids, en natuurlijk ook wat ze fout deden als gids. Dat was op sommige momenten wel hilarisch.
Daarna somde Kris de verschillende werkvormen nog eens op: monoloog, groepswerk, discussie, dialoog, ... En dan mochten we groepjes van 3 à 4 mensen vormen en mochten we een werkvorm "kiezen" (zonder te weten welke het was). Ik had een groepje gevormd met Renaat en Vic en wij hadden als werkvorm Waarneming. We moesten op zoek naar bodemdiertjes, zoals pissebedden. Echter, op sommige momenten viel er natte sneeuw uit de lucht en verder was het wel goed koud in Hof De Bist. Dus bodemdiertjes waren er niet veel te vinden. Met het zakmes wat schors wegtrekken van een boomstronk en ja hoor, daar vonden we wat bodemdiertjes: enkele pissebedden, een kleine regenworm, een aantal larven, ... We deden elke soort in een potje en na een tijdje moest iedereen terug samenkomen. Daarna werd ieder groepje aan de beurt gelaten en moesten zij "gidsen" voor de rest van de groep. Alle werkvormen kwamen aan bod, en na iedere "opdracht" gaf Kris commentaar en uitleg wat er goed was, en wat er beter kon.
Iedereen had goed zijn best gedaan, en er zit wel wat gidstalent in de groep. Rond half een was de les gedaan en konden we in onze auto's kruipen (uit de snijdende ijskoude wind) en huiswaarts rijden.
We hebben ook al een opdracht meegekregen voor de volgende praktijkles van Methodiek, die zal doorgaan op 27 mei 2006 in de Bospolder. We moeten een stukje voorbereiden om 5 à 10 minuten te gidsen voor onze medecursisten, bij voorkeur een stukje dat we nadien in ons eigen gebied zouden kunnen gebruiken. Spijtig genoeg ben ik die 27e mei niet thuis (ik ga op fietsweekend naar Friesland), maar dat wil niet zeggen dat ik niets ga voorbereiden tegen die datum...
11 maart 2006
05 februari 2006
Winterwandeling Wijtschot
Deze voormiddag organiseerde Natuurpunt Schoten een winterwandeling in het Wijtschot. Vermits het Wijtschot mijn studiegebied is, is het altijd wel interessant om mee op wandel te gaan. Niet alleen voor de kennis van het gebied, maar ook om te zien hoe andere natuurgidsen te werk gaan.
Natuurgids van dienst was Leo Claessens, als conservator van het Wijtschot, de aangewezen man om ons in het gebied rond te gidsen. En ik heb weeral wat bijgeleerd over de geschiedenis van het gebied, maar ook over een aantal planten en dieren die in het gebied voorkomen. De meeste namen van planten die ik in het Reeënbos had gezien, wist ik wel, maar hier en daar waren er nog een paar zwarte gaten, die nu zijn opgevuld.
De planten zijn nu zeer moeilijk te determineren, omdat er geen bloemen zijn, en meestal ook geen bladeren meer. En enkel met zaaddozen en pluizen kom je niet ver. Het gaat om de Late guldenroede (Solidago gigantea) en Sint-janskruid (Hypericum perforatum), die ik in de loop van de volgende maanden wat meer in detail ga volgen, hoe ontwikkelen ze zich, wanneer verschijnen de bloemen, ... (en het geheel natuurlijk rijkelijk illustreren met foto's).
Naast de plantjes was er deze voormiddag natuurlijk ook aandacht voor de vogels, waarvan we toch wat "specialere" soorten mochten noteren: koperwiek, kraai, goudhaantje, spreeuw.
Ondanks het miezerige en druilerige weer, was het toch weer de moeite waard.
Natuurgids van dienst was Leo Claessens, als conservator van het Wijtschot, de aangewezen man om ons in het gebied rond te gidsen. En ik heb weeral wat bijgeleerd over de geschiedenis van het gebied, maar ook over een aantal planten en dieren die in het gebied voorkomen. De meeste namen van planten die ik in het Reeënbos had gezien, wist ik wel, maar hier en daar waren er nog een paar zwarte gaten, die nu zijn opgevuld.
De planten zijn nu zeer moeilijk te determineren, omdat er geen bloemen zijn, en meestal ook geen bladeren meer. En enkel met zaaddozen en pluizen kom je niet ver. Het gaat om de Late guldenroede (Solidago gigantea) en Sint-janskruid (Hypericum perforatum), die ik in de loop van de volgende maanden wat meer in detail ga volgen, hoe ontwikkelen ze zich, wanneer verschijnen de bloemen, ... (en het geheel natuurlijk rijkelijk illustreren met foto's).
Naast de plantjes was er deze voormiddag natuurlijk ook aandacht voor de vogels, waarvan we toch wat "specialere" soorten mochten noteren: koperwiek, kraai, goudhaantje, spreeuw.
Ondanks het miezerige en druilerige weer, was het toch weer de moeite waard.
04 februari 2006
Veldtechnieken Vogels
Ik dacht dat ik deze morgen als eerste aan het Natuurvriendenhuis op Linkeroever was aangekomen (op de voet gevolgd door Annie & Ann & An (wat een combinatie!), maar Chantal Alenus en Stella waren er al om het lokaal op te warmen en de presentatie klaar te zetten. Druppelsgewijs kwamen ook de andere cursisten aangewandeld of -gereden.
Eerst mochten we op de Scheldedijk naar een paar vogels gaan kijken, en we moesten vooral letten op (bijzondere) kenmerken. De ene soort had een geel achterste, en de andere soort leek wel wat op een wilde eend (het vrouwtje), maar dan met een opvallend witte spiegel. Het ging hem niet zozeer om de namen, dan wel over het plezier van het kijken. En uit de reacties kon Chantal zich een beeld vormen van de groep: een aantal gevorderden, maar ook een hoop beginners.
Binnen in het lokaal (wat maar net groot genoeg bleek), kregen we een supersnelle presentatie over hoe we naar vogels moeten kijken, en ook hoe we dat als natuurgids moeten doorgeven aan onze wandelaars. De gevorderden in de groep moesten hun mond houden (en mochten niet de naam van de vogel er ineens uitflappen, want dan hebben de beginners er niets meer aan). Chantal had ook een aantal vogelboeken bij, en we luisterden naar de pluspunten en de minpunten van de verschillende vogelgidsen. We kregen 2 houten vogels (de ene was meer een kunstvoorwerp dan de andere, waardoor bepaalde opvallende kenmerken verloren gingen), en wij mochten met behulp de vogelgidsen bepalen welke vogels het waren. Daarna mochten we ook nog enkele vogels uit de presentatie opzoeken.
Daarna was het tijd om naar de Blokkersdijk te rijden. In een lange colonne reden we er met de auto naartoe. De schuilhut was maar amper groot genoeg om iedereen te herbergen. Allemaal tegelijkertijd kijken, zat er niet in. Er waren 3 telescopen die goed gebruikt zijn, om bepaalde kenmerken te kunnen zien, die met de verrekijker niet meer te zien waren.
Zoals wel meer voorkomt als je vogels vanuit een schuilhut gaat bekijken, zaten ook hier de vogels zo ver mogelijk van de schuilhut, aan de andere kant van de plas. Desondanks hebben we toch wat vogels kunnen determineren. Smient, zwaan, Canadese gans, ekster, kokmeeuw, ... vooral de duikeenden waren moeilijk te determineren. Als ze onder water waren gedoken, moest je wachten; en als ze terug boven kwamen, moest je eerst zoeken wáár vooraleer je andere kenmerken kon gaan zoeken, en als je pech had waren ze al terug ondergedoken voordat je iets meer kon zien. Maar we hebben ze goed kunnen determineren als brilduikers.
Ik heb mezelf nooit beschouwd als een gevorderde, maar ik ben ook geen beginner. Want iedere keer leer ik weer wat bij en zie ik vogels die ik nooit eerder zag, zoals de smient en de brilduiker...
PS - Helaas geen foto's deze keer, want ik was mijn camera thuis vergeten... :-(
Eerst mochten we op de Scheldedijk naar een paar vogels gaan kijken, en we moesten vooral letten op (bijzondere) kenmerken. De ene soort had een geel achterste, en de andere soort leek wel wat op een wilde eend (het vrouwtje), maar dan met een opvallend witte spiegel. Het ging hem niet zozeer om de namen, dan wel over het plezier van het kijken. En uit de reacties kon Chantal zich een beeld vormen van de groep: een aantal gevorderden, maar ook een hoop beginners.
Binnen in het lokaal (wat maar net groot genoeg bleek), kregen we een supersnelle presentatie over hoe we naar vogels moeten kijken, en ook hoe we dat als natuurgids moeten doorgeven aan onze wandelaars. De gevorderden in de groep moesten hun mond houden (en mochten niet de naam van de vogel er ineens uitflappen, want dan hebben de beginners er niets meer aan). Chantal had ook een aantal vogelboeken bij, en we luisterden naar de pluspunten en de minpunten van de verschillende vogelgidsen. We kregen 2 houten vogels (de ene was meer een kunstvoorwerp dan de andere, waardoor bepaalde opvallende kenmerken verloren gingen), en wij mochten met behulp de vogelgidsen bepalen welke vogels het waren. Daarna mochten we ook nog enkele vogels uit de presentatie opzoeken.
Daarna was het tijd om naar de Blokkersdijk te rijden. In een lange colonne reden we er met de auto naartoe. De schuilhut was maar amper groot genoeg om iedereen te herbergen. Allemaal tegelijkertijd kijken, zat er niet in. Er waren 3 telescopen die goed gebruikt zijn, om bepaalde kenmerken te kunnen zien, die met de verrekijker niet meer te zien waren.
Zoals wel meer voorkomt als je vogels vanuit een schuilhut gaat bekijken, zaten ook hier de vogels zo ver mogelijk van de schuilhut, aan de andere kant van de plas. Desondanks hebben we toch wat vogels kunnen determineren. Smient, zwaan, Canadese gans, ekster, kokmeeuw, ... vooral de duikeenden waren moeilijk te determineren. Als ze onder water waren gedoken, moest je wachten; en als ze terug boven kwamen, moest je eerst zoeken wáár vooraleer je andere kenmerken kon gaan zoeken, en als je pech had waren ze al terug ondergedoken voordat je iets meer kon zien. Maar we hebben ze goed kunnen determineren als brilduikers.
Ik heb mezelf nooit beschouwd als een gevorderde, maar ik ben ook geen beginner. Want iedere keer leer ik weer wat bij en zie ik vogels die ik nooit eerder zag, zoals de smient en de brilduiker...
PS - Helaas geen foto's deze keer, want ik was mijn camera thuis vergeten... :-(
26 januari 2006
Les 10: Landschappen II
Gisteren was het tweede deel van Landschappen. Ook hier werd de les gegeven door Ann Hoefnagels.
Eerst kwam de heide aan bod. Je schrijft en zegt heide (met "de" achteraan) als je het hebt over de vegetatie of over het landschap. Als je spreekt over de plantjes, dan spreek je over hei: struikhei, dophei, lavendelhei, ... De heide is een halfnatuurlijk landschap. Zonder ingrijpen van de mens (nu en in het verleden), zou de hei systematisch verdwijnen en omvormen tot eiken-berkenbos of dennenbos. Dus om de heide goed te beheren én in stand te houden, moet erin gewerkt worden. Vroeger deed men dat met vuur, maar dit is tegenwoordig niet meer controleerbaar. Wel worden nu grote en kleinere stukken geplagd (d.w.z. dat de bovenste laag van de humus wordt afgestoken). Dit brengt een verarming van de bodem teweeg, die ideaal is voor heideplanten (zoals struikhei, dophei, ...)
Daarna hebben we de zoetwatergebieden bekeken. In de Lage Landen zijn dat de rivieren en beken en kanalen.
En als laatste hebben we het gehad over de zee en de kust.
Eerst kwam de heide aan bod. Je schrijft en zegt heide (met "de" achteraan) als je het hebt over de vegetatie of over het landschap. Als je spreekt over de plantjes, dan spreek je over hei: struikhei, dophei, lavendelhei, ... De heide is een halfnatuurlijk landschap. Zonder ingrijpen van de mens (nu en in het verleden), zou de hei systematisch verdwijnen en omvormen tot eiken-berkenbos of dennenbos. Dus om de heide goed te beheren én in stand te houden, moet erin gewerkt worden. Vroeger deed men dat met vuur, maar dit is tegenwoordig niet meer controleerbaar. Wel worden nu grote en kleinere stukken geplagd (d.w.z. dat de bovenste laag van de humus wordt afgestoken). Dit brengt een verarming van de bodem teweeg, die ideaal is voor heideplanten (zoals struikhei, dophei, ...)
Daarna hebben we de zoetwatergebieden bekeken. In de Lage Landen zijn dat de rivieren en beken en kanalen.
En als laatste hebben we het gehad over de zee en de kust.
21 januari 2006
Winterexcursie
Deze voormiddag gingen we eerst naar een klein parkje aan het Groot Hagelkruis. Het ligt volledig ingesloten tussen woonwijken en is dus interessant als recreatiegebied voor de omwonenden en als groene buffer en groene stapsteen.
We hadden vooral aandacht voor de bomen in de winter. Hoe kan je ze herkennen als er geen blad aan de bomen hangt? Door de vorm (vooral handig bij oudere bomen), de knoppen en de schors. Dus gingen we op onderzoek langs een aantal bomen: paardekastanje, kerselaar, vlier, hazelaar, haagbeuk. We bekeken de knoppen, bekeken de stam en de takken (met lenticellen), en keken ook naar de vorm van een grote eik. De hazelaar kwam al in bloei, de vrouwelijke katjes kwamen al mooi open.
Na anderhalf uur bomenonderzoek gingen we terug naar het natuur.huis. Hier konden we een kopje koffie drinken en een aantal werkjes inkijken van vroegere natuurgids-cursisten. We konden een aantal ideeën opdoen, er lagen goede werken, maar ook minder goede, om ons de fouten te laten bekijken. Annie legde de nadruk op veel kaarten en kaartjes, en zelf ga ik er natuurlijk ook wel wat mooie foto's inzetten. Nu we eens een aantal van die werkjes gezien hebben, weten we ook beter wat ze van ons verlangen voor die terreinstudie.
Op de terugweg naar huis (ik was met de fiets) ben ik nog even langs de Zeurt gepasseerd, en ja hoor, ze zaten er weer... 21 pestvogels. Door de verrekijker nog wat foto's kunnen maken, maar het licht zat niet mee, en dus zijn het maar grauwe foto's geworden (ik heb wel een pestvogel beeldvullend kunnen fotograferen). Morgen toch maar eens teruggaan met het betere gerief, dan kan ik ineens mijn rolletje voltrekken.
We hadden vooral aandacht voor de bomen in de winter. Hoe kan je ze herkennen als er geen blad aan de bomen hangt? Door de vorm (vooral handig bij oudere bomen), de knoppen en de schors. Dus gingen we op onderzoek langs een aantal bomen: paardekastanje, kerselaar, vlier, hazelaar, haagbeuk. We bekeken de knoppen, bekeken de stam en de takken (met lenticellen), en keken ook naar de vorm van een grote eik. De hazelaar kwam al in bloei, de vrouwelijke katjes kwamen al mooi open.
Na anderhalf uur bomenonderzoek gingen we terug naar het natuur.huis. Hier konden we een kopje koffie drinken en een aantal werkjes inkijken van vroegere natuurgids-cursisten. We konden een aantal ideeën opdoen, er lagen goede werken, maar ook minder goede, om ons de fouten te laten bekijken. Annie legde de nadruk op veel kaarten en kaartjes, en zelf ga ik er natuurlijk ook wel wat mooie foto's inzetten. Nu we eens een aantal van die werkjes gezien hebben, weten we ook beter wat ze van ons verlangen voor die terreinstudie.
Op de terugweg naar huis (ik was met de fiets) ben ik nog even langs de Zeurt gepasseerd, en ja hoor, ze zaten er weer... 21 pestvogels. Door de verrekijker nog wat foto's kunnen maken, maar het licht zat niet mee, en dus zijn het maar grauwe foto's geworden (ik heb wel een pestvogel beeldvullend kunnen fotograferen). Morgen toch maar eens teruggaan met het betere gerief, dan kan ik ineens mijn rolletje voltrekken.
12 januari 2006
Les 9: Landschappen I
Gisterenavond de eerste les van het nieuwe jaar, over landschappen.
Omdat landschappen een zeer ruim begrip is, hebben we kort even herhaald wat een landschap is, om daarna enkele landschapstypes meer in detail te bekijken en te bespreken.
Het bos. Wat is een bos? Een groepje bomen? Zo eenvoudig is het niet. We zagen over de verschillende soorten bos, welke functies een bos heeft, en ook hoe het zit met het bos in Vlaanderen => triestig :-(
Na de pauze gingen we dan kijken naar het cultuurlandschap: weiden, akkers, ... Ook dit is landschap, want landschap is niet alleen natuur. Het is een samenspel van vele factoren en actoren.
Als laatste werd er nog iets gezegd over Natuur in de stad. Dat lijkt op het eerste zicht een contradictie, maar in de stad is meer natuur dan je denkt: een park, een klein dakterras, het gras tussen de straatstenen, een klimplant langs een gevel, ... grote en kleine biotoopjes.
De volgende theorieles gaan we voort met het onderwerp Landschappen en zullen we o.a. de heide in detail gaan bekijken.
Omdat landschappen een zeer ruim begrip is, hebben we kort even herhaald wat een landschap is, om daarna enkele landschapstypes meer in detail te bekijken en te bespreken.
Het bos. Wat is een bos? Een groepje bomen? Zo eenvoudig is het niet. We zagen over de verschillende soorten bos, welke functies een bos heeft, en ook hoe het zit met het bos in Vlaanderen => triestig :-(
Na de pauze gingen we dan kijken naar het cultuurlandschap: weiden, akkers, ... Ook dit is landschap, want landschap is niet alleen natuur. Het is een samenspel van vele factoren en actoren.
Als laatste werd er nog iets gezegd over Natuur in de stad. Dat lijkt op het eerste zicht een contradictie, maar in de stad is meer natuur dan je denkt: een park, een klein dakterras, het gras tussen de straatstenen, een klimplant langs een gevel, ... grote en kleine biotoopjes.
De volgende theorieles gaan we voort met het onderwerp Landschappen en zullen we o.a. de heide in detail gaan bekijken.
06 januari 2006
Achterstallige berichten
Lang geleden dat ik hier nog iets schreef, maar ik ga mijn leven beteren en alsnog over alle voorbije lessen en excursies een stukje tekst schrijven. En van de komende lessen en excursies ga ik dan sneller iets publiceren.
Nog even geduld...
Nog even geduld...
19 november 2005
Excursie: Ravenhof
Deze voormiddag was het excursie in Ravenhof/Moretusbos. De gids was Harry Vanderhorst, die ik reeds kende van de moeraswespenorchis-werkdagen bij New Holland in de haven. Harry is ook natuurgids en destijds had hij Ravenhof uitgekozen voor zijn terreinstudie. Hij weet dus heel veel van het gebied en was dan ook de perfecte gids voor vandaag.
Eerst kregen we een beetje geschiedenis over het kasteel Ravenhof te horen. Wie er allemaal in gewoond heeft en wat de invloed daarvan was op de natuur. Rondom het kasteel is een park aangelegd, met vele rechte lanen. Enkele van deze lanen hebben een speciale oriëntatie, zij zijn gericht op een aantal kerken in de omgeving, en er is zelfs een laan die gericht is op de Kathedraal van Antwerpen. Achter het kasteel staan twee taxusbomen, een mannetje en een vrouwtje. Deze boom is dus tweehuizig, en je kan de 2 geslachten makkelijk uit mekaar houden. De mannelijke taxus is eerder bij mekaar gehouden, met het stuifmeel aan de buitenzijde van de kruin, terwijl de vrouwelijke taxus haar takken spreidt om het stuifmeel maximaal op te vangen.
Een beetje verder langs de vijver staat koningsvaren, dit is een speciale varen want waar de meeste varens sporendoosjes vormen aan de onderzijde of de rand van het blad, heeft deze varen een soort aar, waarop de sporendoosjes samen zitten. Langs de vijver vinden we ook de watercipres, een boom waarvan men dacht dat die was uitgestorven, maar die toch nog bleek te groeien in een of andere Chinese of Japanse keizerlijke tuin. Enkele meters verderop staat een moerascipres. We mochten zelf de verschillen zoeken tussen deze twee soorten.
Dan gingen we het bos in, en werd er verteld over de Amerikaanse eik, over de rottingsprocessen bij bomen, zachtrotters, echte rotters, welke soorten zwammen hierin een rol spelen, hoe zwammen nuttig kunnen zijn bij de opruim, maar ook hoe ze schadelijk kunnen zijn. Harry vond nog een losliggend eekhoorntjesbrood. Het was de eerste keer dat ik deze eetbare zwam zag. En echt groot was hij niet, verderop in het bos, zagen we ook nog enkele exemplaren staan, gewoon tussen de beukenblaadjes op de grond. We zagen en voelden de spekzwoerdzwam. We zagen en roken de grote stinkzwam (het gele slijm van het duivelsei zou goed zijn voor je huid...)
Op dat moment hadden we toch al wel echt koude voeten gekregen. De rest konden we goed inpakken met muts, sjaal en handschoenen, maar we zouden eens een goed stukje moeten kunnen doorstappen om terug warme voeten te krijgen. Heel de ochtend was het al mistig, met een zon die er wel tussendoor priemde (wat mooie beelden opleverde), maar toen we in de zon gingen staan, deed dat echt wel goed... (alleen die voeten nog, hé).
In het bos zagen we nog dubbelloof staan, dat is een soort varen die ik enkele weken geleden voor het eerst heb gezien in Pannenhoef in Nederland (tijdens een uitstap met de fotoclub). Verderop in het bos stond dan een afgeknakte beuk, met daarop veel en grote tondelzwammen. Van dichtbij bekeken zijn dat echt mooie dingen, maar wel steenhard, ze waren zelfs zo groot, dat je ze zou kunnen gebruiken als kinderzitje... In een dode boom heb je ook veel kans op spechten en aan de vorm van het gat kun je al zien welke specht hier heeft gewoond. Op een omgevallen boom, zagen we nog een heleboel zwarte ronde "bolletjes", het leek wat op kikkerdril, maar dan hard geworden. Dit is de kogelhoutskoolzwam... de namen van de zwammen worden langer en langer...
Dan konden we eindelijk een tijdje doorstappen en kregen we terug warme voeten. We gingen naar een ander deel van het park en liepen over "dijken". Die waren niet bedoeld om het water tegen te houden, maar voor de adel. Zo konden ze over die dijken flaneren, zodat iedereen hen kon zien. Nu kun je nog steeds over die dijken flaneren, maar niemand zal je zien, want ze zijn volgegroeid met rododendrons. Ze zijn wel bezig om dit landschap stilaan terug om te vormen naar de "oorspronkelijke" toestand (maar wat heet: oorspronkelijk???)
Het strafste van al was, dat het bovenop de dijk nat en slijkerig was, terwijl het beneden op de heide droog en schraal was... Op de dijken troffen we nog enkele zeedennen aan. Dit is een boom uit het Middellandse Zee-gebied, en hier is ongeveer de meest noordelijke groeiplaats van de zeeden. De kegels zijn geliefd bij bloemschikkers omwille van hun grootte. Op de heide vonden we rendiermos en scheen de zon prachtig door de mist. Harry wist nog vanalles te vertellen over de cyclus van de ijstijden.

We keerden terug langs de Gloriette, een theehuisje op een kunstmatige heuvel, waar de adellijke dames op zondagnamiddag naartoe wandelden...
Toen iedereen naar huis vertrok, ben ik met Harry in het bos achter het Ravenhof nog op zoek gegaan naar een paddestoel. Harry had die gisteren ook al gezien en hij vroeg zich af of het wel een stinkzwam was. En ja, hoor, het was een grote stinkzwam, nog als duivelsei, maar al wel opengebarsten en de bruine top van de stinkzwam kwam al een beetje door het gele slijm door. Nadat we daar nog enkele foto's van gemaakt hadden, keerden we naar de parking terug.
Dit was een mooie kennismaking met het Moretusbos/Ravenhof. Om nog eens terug te komen met fotogerief...
Eerst kregen we een beetje geschiedenis over het kasteel Ravenhof te horen. Wie er allemaal in gewoond heeft en wat de invloed daarvan was op de natuur. Rondom het kasteel is een park aangelegd, met vele rechte lanen. Enkele van deze lanen hebben een speciale oriëntatie, zij zijn gericht op een aantal kerken in de omgeving, en er is zelfs een laan die gericht is op de Kathedraal van Antwerpen. Achter het kasteel staan twee taxusbomen, een mannetje en een vrouwtje. Deze boom is dus tweehuizig, en je kan de 2 geslachten makkelijk uit mekaar houden. De mannelijke taxus is eerder bij mekaar gehouden, met het stuifmeel aan de buitenzijde van de kruin, terwijl de vrouwelijke taxus haar takken spreidt om het stuifmeel maximaal op te vangen.
Een beetje verder langs de vijver staat koningsvaren, dit is een speciale varen want waar de meeste varens sporendoosjes vormen aan de onderzijde of de rand van het blad, heeft deze varen een soort aar, waarop de sporendoosjes samen zitten. Langs de vijver vinden we ook de watercipres, een boom waarvan men dacht dat die was uitgestorven, maar die toch nog bleek te groeien in een of andere Chinese of Japanse keizerlijke tuin. Enkele meters verderop staat een moerascipres. We mochten zelf de verschillen zoeken tussen deze twee soorten.
Dan gingen we het bos in, en werd er verteld over de Amerikaanse eik, over de rottingsprocessen bij bomen, zachtrotters, echte rotters, welke soorten zwammen hierin een rol spelen, hoe zwammen nuttig kunnen zijn bij de opruim, maar ook hoe ze schadelijk kunnen zijn. Harry vond nog een losliggend eekhoorntjesbrood. Het was de eerste keer dat ik deze eetbare zwam zag. En echt groot was hij niet, verderop in het bos, zagen we ook nog enkele exemplaren staan, gewoon tussen de beukenblaadjes op de grond. We zagen en voelden de spekzwoerdzwam. We zagen en roken de grote stinkzwam (het gele slijm van het duivelsei zou goed zijn voor je huid...)
Op dat moment hadden we toch al wel echt koude voeten gekregen. De rest konden we goed inpakken met muts, sjaal en handschoenen, maar we zouden eens een goed stukje moeten kunnen doorstappen om terug warme voeten te krijgen. Heel de ochtend was het al mistig, met een zon die er wel tussendoor priemde (wat mooie beelden opleverde), maar toen we in de zon gingen staan, deed dat echt wel goed... (alleen die voeten nog, hé).
In het bos zagen we nog dubbelloof staan, dat is een soort varen die ik enkele weken geleden voor het eerst heb gezien in Pannenhoef in Nederland (tijdens een uitstap met de fotoclub). Verderop in het bos stond dan een afgeknakte beuk, met daarop veel en grote tondelzwammen. Van dichtbij bekeken zijn dat echt mooie dingen, maar wel steenhard, ze waren zelfs zo groot, dat je ze zou kunnen gebruiken als kinderzitje... In een dode boom heb je ook veel kans op spechten en aan de vorm van het gat kun je al zien welke specht hier heeft gewoond. Op een omgevallen boom, zagen we nog een heleboel zwarte ronde "bolletjes", het leek wat op kikkerdril, maar dan hard geworden. Dit is de kogelhoutskoolzwam... de namen van de zwammen worden langer en langer...
Dan konden we eindelijk een tijdje doorstappen en kregen we terug warme voeten. We gingen naar een ander deel van het park en liepen over "dijken". Die waren niet bedoeld om het water tegen te houden, maar voor de adel. Zo konden ze over die dijken flaneren, zodat iedereen hen kon zien. Nu kun je nog steeds over die dijken flaneren, maar niemand zal je zien, want ze zijn volgegroeid met rododendrons. Ze zijn wel bezig om dit landschap stilaan terug om te vormen naar de "oorspronkelijke" toestand (maar wat heet: oorspronkelijk???)
Het strafste van al was, dat het bovenop de dijk nat en slijkerig was, terwijl het beneden op de heide droog en schraal was... Op de dijken troffen we nog enkele zeedennen aan. Dit is een boom uit het Middellandse Zee-gebied, en hier is ongeveer de meest noordelijke groeiplaats van de zeeden. De kegels zijn geliefd bij bloemschikkers omwille van hun grootte. Op de heide vonden we rendiermos en scheen de zon prachtig door de mist. Harry wist nog vanalles te vertellen over de cyclus van de ijstijden.

We keerden terug langs de Gloriette, een theehuisje op een kunstmatige heuvel, waar de adellijke dames op zondagnamiddag naartoe wandelden...
Toen iedereen naar huis vertrok, ben ik met Harry in het bos achter het Ravenhof nog op zoek gegaan naar een paddestoel. Harry had die gisteren ook al gezien en hij vroeg zich af of het wel een stinkzwam was. En ja, hoor, het was een grote stinkzwam, nog als duivelsei, maar al wel opengebarsten en de bruine top van de stinkzwam kwam al een beetje door het gele slijm door. Nadat we daar nog enkele foto's van gemaakt hadden, keerden we naar de parking terug.
Dit was een mooie kennismaking met het Moretusbos/Ravenhof. Om nog eens terug te komen met fotogerief...
10 november 2005
Les 4: Ecologie
De les van gisteren werd gegeven door Gilbert Van Ael, die geen onbekende is voor mij. Ik heb in Hoboken tijdens mijn studies industrieel ingenieur nog les van hem gekregen in de organische chemie. Maar ik had nooit gedacht dat hij al 20 jaar natuurgids is, en dat hij al 10 jaar de les van Ecologie geeft. Toen we tijdens de pauze wat stonden te praten, bekeek hij mij en vroeg hij: "Oud-student?" Inderdaad, hij had het goed gezien... Af en toe komt hij in de cursus natuurgids wel eens een oud-student tegen.
Het was vooral een theoretische les, en daarmee wil ik niet zeggen dat we alleen maar moeilijke begrippen en theorie gezien hebben. We hebben ook veel voorbeelden gezien, maar er was dit keer geen praktijkopdracht, zoals de vorige les met de gesteenten, of de les daarvoor met de planten. Hij sprak over de abiotiek, een biotoop, een ecosysteem, een ecotoop, over de relaties tussen individuën van dezelfde soort, over relaties tussen individuën van verschillende soorten (en het ene kun je niet los zien van het andere) en op het einde over de verschillende processen die er zoal plaatshebben.
We hebben veel nieuwe en moeilijke woorden bijgeleerd (bijvoorbeeld commensalisme, mutualisme, co-operatie, ...), maar Gilbert Van Ael heeft het goed gebracht, met vele praktische voorbeelden, waardoor het toch interessant bleef.
Het was vooral een theoretische les, en daarmee wil ik niet zeggen dat we alleen maar moeilijke begrippen en theorie gezien hebben. We hebben ook veel voorbeelden gezien, maar er was dit keer geen praktijkopdracht, zoals de vorige les met de gesteenten, of de les daarvoor met de planten. Hij sprak over de abiotiek, een biotoop, een ecosysteem, een ecotoop, over de relaties tussen individuën van dezelfde soort, over relaties tussen individuën van verschillende soorten (en het ene kun je niet los zien van het andere) en op het einde over de verschillende processen die er zoal plaatshebben.
We hebben veel nieuwe en moeilijke woorden bijgeleerd (bijvoorbeeld commensalisme, mutualisme, co-operatie, ...), maar Gilbert Van Ael heeft het goed gebracht, met vele praktische voorbeelden, waardoor het toch interessant bleef.
06 november 2005
Terreinbezoek Wijtschot (1)
Deze namiddag heb ik mijn eerste terreinbezoek (in het kader van de opleiding tot natuurgids) gedaan in het Wijtschot. Daarbij heb ik maar een stukje van het gebied bezocht, nl. de hoge berm die vlak naast de Wijtschotbaan ligt. Die berm is ingedeeld in twee hoogteniveaus. Het lage gedeelte is een smal paadje met links en rechts steile hellingen. Op die hellingen groeit vooral wilg (die ook in de rest van het Wijtschot veelvuldig voorkomt), met een onderbegroeiing van voornamelijk bramen, brandnetels, dovenetels, grassen, ... In een aantal wilgen groeien klimplanten. De juiste soort ken ik niet, maar aan het blad te zien, leek het me Hop.
Het hoge gedeelte is anders van opbouw. Het is veel breder, met in het midden een grasweg, en aan de rand en op de hellingen staan grote(re) bomen en struiken. Tussen de grasweg en de rand groeien lage struiken en grassen. In het eerste gedeelte zijn dat vooral bramen, waardoor er weinig anders meer groeit. In het tweede gedeelte is dat hoofdzakelijk gras, aangevuld met riet, een aantal schermbloemigen (ik denk wilde peen), rozen (o.a. hondsroos), kruiskruid, boerenwormkruid, wilgenroosjes, teunisbloem, en nog enkele andere planten. Helemaal op het einde van de berm (tegen het Albertkanaal) is, spijtig genoeg, de japanse duizendknoop in opmars.
Aan de rand van de grasweg staan ook enkele paddenstoelen, de meest voorkomende soort hierboven in de kale inktzwam.
Ik ben terug gekeerd langs de put, en dan langs het Reeënbos terug naar de ingang. In het Reeënbos ben ik nog een paar mooie exemplaren van de geschubde inktzwam tegengekomen.
Als het vrijdag mooi weer is, kom ik terug om een ander stukje van het Wijtschot te beleven...
Het hoge gedeelte is anders van opbouw. Het is veel breder, met in het midden een grasweg, en aan de rand en op de hellingen staan grote(re) bomen en struiken. Tussen de grasweg en de rand groeien lage struiken en grassen. In het eerste gedeelte zijn dat vooral bramen, waardoor er weinig anders meer groeit. In het tweede gedeelte is dat hoofdzakelijk gras, aangevuld met riet, een aantal schermbloemigen (ik denk wilde peen), rozen (o.a. hondsroos), kruiskruid, boerenwormkruid, wilgenroosjes, teunisbloem, en nog enkele andere planten. Helemaal op het einde van de berm (tegen het Albertkanaal) is, spijtig genoeg, de japanse duizendknoop in opmars.
Aan de rand van de grasweg staan ook enkele paddenstoelen, de meest voorkomende soort hierboven in de kale inktzwam.
Ik ben terug gekeerd langs de put, en dan langs het Reeënbos terug naar de ingang. In het Reeënbos ben ik nog een paar mooie exemplaren van de geschubde inktzwam tegengekomen.
Als het vrijdag mooi weer is, kom ik terug om een ander stukje van het Wijtschot te beleven...
Abonneren op:
Posts (Atom)